top of page

Versione italiana qui sotto 

Hier, in Baiso, een klein dorpje in de Apennijnen is Medardo Maseroli geboren. ‘Nover’ voor familie en vrienden.

De oorlog is dan pas voorbij en heeft Italië op de knieën gedwongen. Maar de wil is groot om dit land - dat grotendeels verwoest is - terug op te bouwen.
Het is een harde tijd voor vele families. Een groot gedeelte van de bevolking leeft in armoede. 

Het Italië van die tijd is agrarisch en landbouw is de grootste werkgever. 

Geboortehuis van Medardo

Nover is de zoon van kleine landbouwers. Het werk op het land geeft hen juist genoeg om te overleven, maar niets meer. Voor de aankoop van suiker of schoenen is er geen geld. Het weinige dat er is, zoals eieren of een kip, wordt geruild in de kleine plaatselijke winkels.

Nover houdt van tekenen, al vanaf de lagere school. Het ligt hem, het zit in zijn bloed. Om naar school te gaan moet hij een heel eind door de velden, maar hij komt graag als eerste toe in het klaslokaal om de juffrouw te kunnen verrassen met een tekening op het schoolbord. 

Noodgedwongen moet Nover de school verlaten. Hij is nog geen 14 en gaat werken bij zijn neef Amer, een huisschilder. Nover kan de studies niet verder zetten, daarom volgt hij avondlessen.
Amer volgt een avondcursus tekenen, maar Nover heeft geen geld voor de cursus, dus hij kopieert de tekeningen van zijn neef. Het tekenen boeit hem steeds meer.

Later, met de hulp van 2 schilders uit Scandiano, Bernini en Vezzani, maakt hij zijn eerste schilderijen op doek. Als doek gebruikt hij oude lakens die verhard worden met grondverf.

Het is 1963. Nover woont inmiddels met zijn familie in Scandiano. De gemeente Scandiano organiseert een tentoonstelling in de plaatselijke bibliotheek. Iedereen mag zich inschrijven maar een commissie bepaalt welke schilderijen weerhouden worden voor de tentoonstelling. Zo worden er werken uitgesloten van reeds gekende schilders en tot ieders verbazing worden 2 schilderijen toegelaten van een 17 jarige onbekende: Nover Maseroli.

In 1965, Nover is dan 18 jaar, neemt hij een belangrijke beslissing. Hij gaat op bezoek bij zijn oom in België, en ontdekt een land met vele mogelijkheden.

Nover heeft geen enkel idee hoe hij het gaat aanpakken en begrijpt ook geen woord van die o zo vreemde taal. Maar het feit dat zoveel Italianen al voor hem naar hier emigreerden geeft hem de moed om door te bijten, ondanks zijn jeugdige leeftijd. En dus blijft hij, zoekt en vindt werk.

Samen met anderen woont hij in een ‘barak’ met één grote keuken waar ieder voor zich kookt. 

Dan leert hij Rita kennen, een vlaams meisje. Ze trouwen in 1968 en krijgen samen 2 zonen. In Tessenderlo waar hij nu woont, leert Nover broeder Max kennen, een groot schilder.

Van broeder Max leert hij heel veel, zeker het verfijnen van de techniek van perspectief en anatomie.

In 1970 organiseert de Vereniging van Italiaanse families in België een tentoonstelling en Nover eindigt als eerste.

In 1971 schildert Nover het portret van Papa Cervi voor het Italiaans Cultureel Centrum in Genk. 
Papa Cervi is een legendarisch figuur, toonbeeld van de Italiaanse Weerstand. In 1943 verloor hij al zijn zeven zonen, gedood door de fascisten.
Dit portret is vandaag nog het embleem van de zaal van het Cultureel Centrum die ook zijn naam draagt. 
In de jaren '70 sluit Nover zich aan bij ‘Mondo di tutti’, een artistieke vereniging in Brussel waar schilders en beeldhouwers van vele nationaliteiten samenkomen om van gedachten te wisselen. Het is een intense tijd met vele tentoonstellingen.
Een van deze tentoonstellingen werd georganiseerd door de kunstkring van een grote autofabrikant waar Nover werkt. Kunstcriticus L. Clerinx schreef vele lovende woorden over hem in het Belang van Limburg.
Daarna houdt Nover nog vele tentoonstellingen op verschillende plaatsen met zeker succes.
Hij volgt verschillende stijlen. Gedurende een kortere periode maakt hij op aanvraag kopieën van gekende werken. Maar hij houdt er niet van om te schilderen wat anderen opdragen.
In 1975 besluit hij dan ook om nog enkel voor zichzelf te schilderen. Hij volgt zijn eigen visie van hoe hij een schilderij ziet: niet altijd een exacte weergave van de realiteit.
Zo komt hij tot het figuratief surrealisme dat zijn zienswijze weergeeft van de maatschappij met de oorlogen, de verontreiniging en de algemene vernieling.
Deze thema’s duiken steeds op in zijn schilderijen, en na verloop van tijd met dezelfde heftigheid ook in zijn beelden.
Nu is de kunstenaar tevreden, hij is terug vrij.
Hij neemt niet meer deel aan tentoonstellingen want hij denkt, misschien onterecht, dat zijn schilderijen, eindelijk bevrijd maar tezelfdertijd complex en moeilijk, niet zullen behagen aan een wereld die niet geïnteresseerd is in het leven, de toekomst.

Toch sluit hij zich niet op, integendeel. Hij bewandelt steeds nieuwe wegen en maakt vreemde, op het eerste gezicht absurde zaken. Maar juist hierdoor kan hij op een originele manier zijn zienswijze op het leven uiten.

In 1993 ontdekt Nover zijn passie voor marmer, en aansluitend het beeldhouwen. In zijn zaak bewerkt hij marmer. Hij maakt vooreerst zoals steeds eigenhandig, sierstukken. Op die manier krijgt hij de techniek van het marmerbewerken grondig onder de knie en na te slagen voor het examen, behaalde hij het getuigschrift marmerbewerker.

De volgende stap is vlug gezet. Instinctief wil hij de weg van het schilderen voortzetten in beeldhouwen.
Het idee laat hem niet los. Hij praat erover met de gekende Italiaanse beeldhouwer Vasco Montecchi.

Die brengt hem naar Carrara waar hij gaat werken in het kunstatelier Corsanini, één van de belangrijkste ateliers in Italië. Hier hebben leerlingen van Dali en Miro gewerkt. 
Samen met andere beeldhouwers van verschillende nationaliteiten kan hij hier werken en zich de eeuwenoude en de nieuwe technieken eigen maken.

Hier neemt hij ook deel aan een beeldhouwerstage die hij beëindigt met een grote onderscheiding. Deze ervaring is zeer belangrijk voor zijn carriere.

Door blokken marmer over te brengen naar België, kan hij hier ook blijven werken in zijn atelier.

In België heeft hij al vele malen tentoongesteld. Zo nam hij oa. deel aan de tentoonstelling ‘Bovenaards en ondergronds’ over Sint Barbara, georganiseerd door de cultuurdienst van de gemeente Genk, waar ook kunstwerken deelnamen van 6 verschillende musea.
Eén van z’n werken is te bezichtigen in de Onze Lieve Vrouwkerk van Heusden-Zolder.


Franco Bruni

Versione italiana

Qui, a Baiso, piccolo paese dell’Appennino reggiano, nasce Medardo Maseroli, “Nover” per parenti e amici. È appena finita la guerra, l’Italia è in ginocchio, ma c’è una gran voglia di ricostruire questo Paese semidistrutto. Tempi durissimi per molte famiglie, la povertà attanaglia ampi strati di popolazione.

L’Italia di quegli anni è un’Italia rurale, e in agricoltura è occupato il maggior numero di lavoratori.

Nover è figlio di piccoli contadini, c’è giusto quel poco che occorre per vivere, e così, quando occorre comprare lo zucchero o anche le scarpe e non ci sono soldi, si porta in negozio quel poco che si ha, magari le uova oppure una gallina, e si fa un “cambio” con il negoziante.

Fin dalle elementari Nover ama il disegno, che gli riesce facile, istintivo: così, quando arriva a scuola attraverso la campagna e l’aula è ancora vuota, si diletta a fare disegni sulla lavagna, per stupire la maestra.

Ma il bisogno lo induce presto a lasciare la scuola: non ha ancora compiuto 14 anni, e va a lavorare con il cugino Amer, che fa l’imbianchino. Nover non potendo continuare gli studi, frequenta dei corsi serali.
Amer in quel tempo frequentava un corso di disegno: Nover non può fare altrettanto perché non ha i soldi per pagarlo, ed allora comincia a copiare i disegni del cugino, e si appassiona sempre di più a questa materia.
E così, con l’aiuto di due pittori di Scandiano (Bernini e Vezzani), comincia a fare le prime prove di pittura su tela, utilizzando lenzuola vecchie che prepara allo scopo indurendole con la cementite.

Nel 1963 il Comune di Scandiano, dove nel frattempo Nover è andato ad abitare con la famiglia, organizza una mostra di pittura nell’austero palazzo ove ha sede la biblioteca comunale. La formula scelta dall’organizzazione prevede che una commissione effettui una selezione dei dipinti presentati, ammettendo al concorso soltanto le opere ritenute migliori. Vengono così esclusi d’acchito pittori già noti, e con grande sorpresa vengono invece ammesse due tele presentate da un diciassettenne sconosciuto: Nover Maseroli.
A diciannove anni, nel 1965, Nover prende una grande decisione. Va a trovare uno zio che abita in Belgio, vede un Paese in cui ci sono molte opportunità, e capisce subito che lì può costruire qualcosa, diventare autosufficiente, uscire dalla precarietà che ancora in quegli anni caratterizzava la vita nelle sue terre, da quella precarietà che è prima di tutto economica. Nover non sa bene cosa farà, non ha ancora idee chiare, non conosce neppure una parola di quella lingua così ostica, ma la presenza di tanti italiani che erano emigrati in quel paese prima di lui gli dà immediatamente un istintivo coraggio, nonostante l’età… E così si ferma, cerca lavoro, lo trova a Genk. Abita in una casa in cui vivono altri come lui, una grande cucina dove ognuno si prepara il pasto da solo.

Poi conosce Rita, una ragazza fiamminga che diventerà presto sua moglie: si sposano nel 1968, ed avranno due figli.

A Tessenderlo, dove va ad abitare, Nover conosce Frate Max, un frate pittore, e da lui impara molto, affinando in particolare la tecnica della prospettiva e quella dell’anatomia.
Nel 1970 l’Associazione Famiglie Italiane organizza in Belgio una mostra di pittura, e Nover si classifica primo.

Nel 1971 Nover realizza per il Centro Culturale Italiano di Genk il ritratto di Papà Cervi, figura leggendaria tra quante hanno illustrato la Resistenza italiana, al quale i fascisti nel 1943 avevano ucciso con fucilazione tutti i sette figli maschi. Questo dipinto è ancora oggi l’emblema della sala di questo Centro Culturale di Genk, e la sala stessa ne ha preso il nome.
In quegli anni Nover si associa all’associazione artistica(“Mondo di tutti”) di Bruxelles, cenacolo ove convergono pittori e scultori di ogni nazionalità, in quell’universalismo che soltanto l’arte può aggregare ed esprimere. È un periodo intenso, appassionante, ricco di mostre. 
In occasione di una di queste, promossa dal Circolo Artisti della grande industria dove Nover lavora, il critico d’arte L.Clerinx scrive un articolo sul quotidiano “Belang van Limburg” nel quale ne elogia entusiasticamente la pittura di Nover, affermando che oramai l’artista era definitivamente uscito dal dilettantismo per entrare nella più compiuta maturità.
Da qual momento, Nover fa molte mostre personali riscontrando significativi successi. Dipinge seguendo stili diversi, per un breve periodo si diletta anche nell’imitazione dei grandi che gli viene facilmente commissionata e che è ben remunerata, ma presto si stanca di dipingere per gli altri, di fare le cose che piacciono alla gente.

Così, nel 1975, decide di dipingere solo per sé, di seguire unicamente il proprio estro e soprattutto la propria concezione ideale di pittura: una pittura che, nella sua visione, non può essere rappresentazione soltanto esteriore della realtà. Sviluppa così quel surrealismo figurativo che esprime compiutamente la sua visione della società, con le guerre, l’inquinamento, la distruzione: temi che diverranno costanti nella sua pittura, e che poi egli riprenderà a distanza di molti anni, ma con la stessa intensità, anche nella scultura.

Ecco, ora l’artista è contento, perché è tornato libero.

Non partecipa più a mostre, non espone più perché pensa – forse erroneamente - che questa sua pittura, finalmente liberata ma nel contempo più complessa e difficile, non piacerebbe più ad un mondo contemporaneo troppo distratto sui grandi temi della vita, del futuro. Ma non si rannicchia in se stesso, al contrario ! prova strade nuove, compone cose strane ed a prima vista assurde, ma nelle quali arriva invece ad esprimere con grande originalità una profonda visione di vita.
Nel 1993 Nover “scopre” la passione per il marmo, e quindi per la scultura. Dapprima inizia a lavorare il marmo come prodotto commerciale del proprio negozio, facendo tavoli, top da bagno e da cucina, ornamenti architettonici: all’inizio, come sempre in tutte le cose delle sua vita, egli lo fa personalmente, e in questo modo prende confidenza con la materia ed 

acquisisce maestria nel lavorarla.  Riesce con successo gli esami per la lavorazione industriale del marmo. Da lì in avanti, il passo è breve: gli viene istintivamente voglia di “proseguire” nel marmo la via della pittura, con tutti i filoni che gli sono cari. Si getta a capofitto in questa nuova idea, ne parla con il noto ed apprezzato scultore italiano, Vasco Montecchi “che Nover ringrazia molto”,va a Carrara e frequenta il laboratorio artistico Corsanini, uno dei piu importanti in Italia, si impadronisce cosi della varie tecniche per la lavorazione artistica del marmo.Questa passione, le fa passare diversi periodi dell’anno a carrara, dove in questo laboratorio incontra scultori di ogni nazionalità, anche allievi di DALI e MIRO hanno lavorato in questo laboratorio.In questo modo Nover accumula una importante esperienza per il futuro della sua scultura.Il resto del suo tempo, lo passa lavorando nei suoi due laboratori in Belgio dove fa arrivare i blocchi di marmo da Carrara.

 

Franco Bruni

bottom of page